Kennisbank

Afkortingen dronewereld en luchtvaart

92 afkortingen die je als dronepiloot tegenkomt - in de regelgeving, in het luchtruim, bij je vluchtvoorbereiding en in de techniek van je toestel. Kort en eenduidig uitgelegd, geen volledige luchtvaartwoordenlijst.

Regelgeving

AMCAcceptable Means of Compliance
Door EASA aanvaarde manier om aan een regel te voldoen. Volg je de AMC, dan wordt aangenomen dat je aan de regel voldoet.
ARCAir Risk Class
Luchtrisicoklasse binnen de SORA: de kans op een botsing met ander luchtverkeer in het gebied waar je vliegt.
AVGAlgemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR)
EU-privacywetgeving die van toepassing is zodra een drone persoonsgegevens (bv. herkenbare gezichten) vastlegt.
ConOpsConcept of Operations
Beschrijving van hoe een operatie in de praktijk wordt uitgevoerd. Vormt het startpunt van een SORA.
ERPEmergency Response Plan
Vooraf vastgelegd plan voor wat er gebeurt als het misgaat: wie waarschuw je, hoe beperk je de schade, hoe meld je het voorval.
GMGuidance Material
Toelichting van EASA bij een regel of AMC. Verduidelijkt de bedoeling, maar is zelf geen bindende eis.
GRCGround Risk Class
Grondrisicoklasse binnen de SORA: het risico voor mensen op de grond, onder meer bepaald door de afmeting van het toestel en het gebied waarboven je vliegt.
LUCLight UAS Operator Certificate
Certificaat waarmee een exploitant bepaalde operaties in de specific categorie zelf mag goedkeuren, zonder losse toestemming per vlucht.
MTOMMaximum Take-Off Mass
Maximale startmassa: het zwaarste gewicht waarmee een toestel volgens de fabrikant mag opstijgen, inclusief lading. Dit is de term die de EU-droneregelgeving gebruikt.
MTOWMaximum Take-Off Weight
Traditionele luchtvaartterm voor hetzelfde begrip als MTOM. Kom je beide tegen, gebruik dan MTOM: dat is de term in de EU-droneregelgeving en in DTP-content.Zie MTOM - hier bewust apart vermeld omdat je MTOW buiten de droneregelgeving nog vaak tegenkomt
OMOperations Manual
Handboek waarin een exploitant zijn procedures vastlegt: hoe er gevlogen wordt, wie waarvoor verantwoordelijk is en wat er bij afwijkingen gebeurt.
OSOOperational Safety Objective
Operationele veiligheidsdoelstelling binnen de SORA. Het bijbehorende SAIL-niveau bepaalt hoe robuust je aan elke doelstelling moet voldoen.
PDRAPre-Defined Risk Assessment
Vooraf uitgewerkte risicobeoordeling voor een veelvoorkomend type operatie in de specific categorie, waarmee je niet de volledige SORA hoeft te doorlopen.
RPRemote Pilot
De piloot op afstand: de persoon die het toestel bedient en verantwoordelijk is voor de vlucht.
RPASRemotely Piloted Aircraft System
Oudere internationale term voor een op afstand bestuurd luchtvaartsysteem. In de EU-regelgeving wordt UAS gebruikt.
SAILSpecific Assurance and Integrity Level
De uitkomst van een SORA, uitgedrukt in een niveau van I tot VI. Hoe hoger het niveau, hoe zwaarder de eisen aan de operatie.
SORASpecific Operations Risk Assessment
De methode om het risico van een operatie in de specific categorie te beoordelen: grondrisico en luchtrisico samen leiden tot een SAIL-niveau met bijbehorende eisen.
STSStandard Scenario
Vooraf vastgesteld standaardscenario in de specific categorie. Vlieg je precies binnen zo'n scenario, dan volstaat een verklaring in plaats van een volledige risicobeoordeling.
UAUnmanned Aircraft
Het onbemande luchtvaartuig zelf (de drone), zonder de besturingsapparatuur.
UASUnmanned Aircraft System
Onbemand luchtvaartsysteem: het toestel plus alle onderdelen die nodig zijn om het op afstand te besturen.

Operatie

BVLOSBeyond Visual Line of Sight
Vliegen buiten direct zicht. Valt niet in de open categorie en vraagt om toestemming in de specific categorie.
EVLOSExtended Visual Line of Sight
Vliegen waarbij het zicht op het toestel wordt onderhouden met behulp van een of meer waarnemers in plaats van alleen door de piloot zelf.
FPVFirst Person View
Vliegen via een camerabeeld op een bril of scherm. Het beeld vervangt het directe zicht niet: er blijft een VLOS-oplossing nodig, bijvoorbeeld een waarnemer.
LOSLine of Sight
Zichtlijn. In dronecontext meestal kort voor VLOS (zicht op het toestel); in radiocontext de vrije lijn tussen zender en ontvanger.Dubbelzinnig - let op of het over zicht of over radiobereik gaat
PICPilot In Command
Luchtvaartterm voor de gezagvoerder: degene die eindverantwoordelijk is voor de vlucht. Bij drones is dat de remote pilot.
RTHReturn To Home
Automatische functie die het toestel terug laat vliegen naar het startpunt, bijvoorbeeld bij verbindingsverlies of een lage accu.
SOPStandard Operating Procedure
Vaste werkwijze die een exploitant hanteert, zodat elke vlucht op dezelfde, controleerbare manier wordt voorbereid en uitgevoerd.
UA-waarnemerUA Observer
Persoon die het toestel onafgebroken met het blote oog volgt en de piloot waarschuwt. Nodig bij FPV en bij EVLOS.
VLOSVisual Line of Sight
Vliegen met het toestel voortdurend in direct zicht met het blote oog (niet via een scherm).A1/A3 Module 4 - zicht en waarneming

Luchtruim

AGLAbove Ground Level
Hoogte gemeten vanaf het grondniveau direct onder het toestel. De 120 meter-grens in de open categorie wordt zo gemeten.
AIPAeronautical Information Publication
Officiële luchtvaartgids van een land, met onder meer luchtruimindeling, luchthavens en procedures.
AISAeronautical Information Service
Dienst die luchtvaartinformatie verzamelt en publiceert, waaronder de AIP en NOTAM's.
AMSLAbove Mean Sea Level
Hoogte gemeten vanaf gemiddeld zeeniveau. Luchtruimgrenzen worden vaak zo aangegeven, dronehoogtes juist in AGL.
ATCAir Traffic Control
Luchtverkeersleiding: verleent klaringen en houdt luchtvaartuigen veilig van elkaar gescheiden.
ATMAir Traffic Management
Het geheel van organisatie, systemen en diensten waarmee luchtverkeer veilig en efficiënt wordt afgehandeld.
ATSAir Traffic Services
Verzamelnaam voor luchtverkeersdiensten: verkeersleiding, vluchtinformatie en alarmering.
ATZAerodrome Traffic Zone
Luchtruim direct rond een klein vliegveld, bedoeld om het verkeer daar te beschermen.
CTRControl Zone
Gecontroleerd luchtruim rond een luchthaven, tot aan de grond. In Nederland is vliegen in de open categorie daar verboden; in de specifieke categorie alleen met missieplan en klaring. Per 26-11-2026 krijgen de CTR's een zone-indeling (Staatscourant 2026-33389).
ED-RED Restricted area
Aanduiding van een beperkt gebied in het Nederlandse luchtruim, bijvoorbeeld rond militaire terreinen.ED is de ICAO-landcode-aanduiding die in Nederlandse luchtruimpublicaties wordt gebruikt
FIRFlight Information Region
Groot luchtruimgebied waarbinnen vluchtinformatie en alarmering worden verzorgd. Nederland valt onder FIR Amsterdam.
FISFlight Information Service
Dienst die piloten onderweg voorziet van informatie die nuttig is voor een veilige vluchtuitvoering.
FLFlight Level
Vlieghoogte uitgedrukt in honderden voeten bij een standaard luchtdrukinstelling. Wordt gebruikt in hoger luchtruim, niet voor drones.
NOTAMNotice to Air Missions
Officieel bericht over tijdelijke bijzonderheden in het luchtruim, zoals een afsluiting of een evenement. Controleer dit vóór je vlucht.Heette voorheen Notice to Airmen
RMZRadio Mandatory Zone
Gebied waar radiocontact verplicht is. Relevant voor de omgeving waarin je vliegt, ook als je zelf geen radio gebruikt.
TMATerminal Control Area
Gecontroleerd luchtruim rond een of meer luchthavens, dat pas op hoogte begint in plaats van bij de grond.
TMZTransponder Mandatory Zone
Gebied waar een werkende transponder verplicht is voor luchtvaartuigen.
TRATemporary Reserved Area
Gebied dat tijdelijk is gereserveerd, maar waar doorkruising na afstemming mogelijk kan zijn.
TSATemporary Segregated Area
Gebied dat tijdelijk is afgezonderd voor specifiek gebruik en dan niet beschikbaar is voor ander verkeer.
UAS-geografische zoneUAS Geographical Zone
Door een lidstaat vastgesteld gebied waar dronevluchten beperkt, verboden of juist onder voorwaarden toegestaan zijn.

Weer

IFRInstrument Flight Rules
Vliegregels voor vliegen op instrumenten, onafhankelijk van zicht op de grond of de horizon.
IMCInstrument Meteorological Conditions
Weersomstandigheden waarin zichtvliegen niet meer kan en op instrumenten wordt gevlogen. Niet aan de orde voor drones in de open categorie.
METARMeteorological Aerodrome Report
Gecodeerd weerbericht met de actuele waarnemingen op een luchthaven: wind, zicht, bewolking, temperatuur en luchtdruk.
QFEQFE
Luchtdrukinstelling waarbij de hoogtemeter op het veld zelf nul aanwijst, dus de hoogte boven dat veld toont.
QNHQNH
Luchtdrukinstelling waarbij de hoogtemeter de hoogte boven zeeniveau aanwijst.
TAFTerminal Aerodrome Forecast
Gecodeerde weersverwachting voor een luchthaven en zijn directe omgeving, voor een vastgestelde periode.
UTCCoordinated Universal Time
Wereldtijd die in de luchtvaart standaard wordt gebruikt, onder meer in METAR's, TAF's en NOTAM's.Nederlandse tijd is UTC+1 in de winter en UTC+2 in de zomer
VFRVisual Flight Rules
Vliegregels voor vliegen op zicht, met minimumeisen aan zicht en afstand tot wolken.
VMCVisual Meteorological Conditions
Weersomstandigheden die goed genoeg zijn om op zicht te vliegen.

Techniek

ESCElectronic Speed Controller
Regelaar die bepaalt hoe snel een motor draait, op basis van de stuurcommando's van de vluchtcomputer.
FCFlight Controller
De vluchtcomputer: verwerkt sensorgegevens en stuurcommando's en stuurt de motoren aan om het toestel stabiel te houden.
geo-awarenessGeo-awareness
Functie die de piloot waarschuwt wanneer het toestel een geografische zone nadert of binnengaat.
geo-cagingGeo-caging
Functie die het toestel binnen een ingesteld gebied of hoogte houdt.
IMUInertial Measurement Unit
Sensormodule met versnellingsmeters en gyroscopen, waarmee het toestel zijn stand en beweging bepaalt.
LiPoLithium Polymer
Accutype dat veel in drones wordt gebruikt: veel vermogen bij weinig gewicht, maar gevoelig voor beschadiging, overladen en diepontlading.
low-speed modeLow-speed mode
Functie die de maximumsnelheid van het toestel begrenst. Voorwaarde om in A2 de afstand tot niet-betrokken personen te mogen verkleinen.A2 - zie de les over de 30 meter-regel
RFRadio Frequency
Radiofrequentie. Besturing en videosignaal delen de ether met andere apparatuur, wat storing kan opleveren.
RXReceiver
Ontvanger aan boord van het toestel, die de signalen van de bediening opvangt.
TXTransmitter
Zender. Meestal de bediening in de handen van de piloot, of de zendkant van een verbinding.
VRXVideo Receiver
Videoontvanger in de bril of op het scherm, die het beeld van de VTX opvangt.
VTXVideo Transmitter
Videozender die het camerabeeld naar de bril of het scherm van de piloot stuurt. Vliegen zonder aangesloten antenne kan de zender beschadigen.

Organisaties

ANSPAir Navigation Service Provider
Aanbieder van luchtvaartnavigatiediensten in een land. In Nederland is dat voor civiel verkeer de LVNL.
APAutoriteit Persoonsgegevens
De Nederlandse toezichthouder op de AVG. Let op: in luchtvaarttechnische context betekent AP soms autopilot - hier gaat het om de privacytoezichthouder.
EASAEuropean Union Aviation Safety Agency
Het Europese luchtvaartveiligheidsagentschap. Stelt onder meer de AMC en GM bij de Europese droneregels op.
EUROCONTROLEuropean Organisation for the Safety of Air Navigation
Europese organisatie die samenwerking rond luchtverkeersleiding en luchtruimbeheer coördineert.
ICAOInternational Civil Aviation Organization
VN-organisatie die wereldwijde standaarden voor de burgerluchtvaart vaststelt.
ILTInspectie Leefomgeving en Transport
De Nederlandse toezichthouder op onder meer de luchtvaart, en daarmee op dronevluchten.
KNMIKoninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
Het Nederlandse weerinstituut; bron van officiële weersverwachtingen en waarschuwingen.
LVNLLuchtverkeersleiding Nederland
De Nederlandse luchtverkeersleiding voor het civiele luchtverkeer.
NAANational Aviation Authority
De nationale luchtvaartautoriteit van een land. In Nederland vult de ILT die rol in voor toezicht.
RDWRijksdienst voor het Wegverkeer
Voert in Nederland de registratie van drone-exploitanten uit en geeft de vliegbewijzen af.

NATO-spelalfabet

Officieel heet dit het spelalfabet voor radiotelefonie van ICAO; in de praktijk noemt vrijwel iedereen het het NATO-spelalfabet. Je gebruikt het om letters ondubbelzinnig uit te spreken over de radio of aan de telefoon, waar een B en een D anders makkelijk verwisseld worden. Elke letter heeft een vast codewoord.

  • AAlfa
  • BBravo
  • CCharlie
  • DDelta
  • EEcho
  • FFoxtrot
  • GGolf
  • HHotel
  • IIndia
  • JJuliett
  • KKilo
  • LLima
  • MMike
  • NNovember
  • OOscar
  • PPapa
  • QQuebec
  • RRomeo
  • SSierra
  • TTango
  • UUniform
  • VVictor
  • WWhiskey
  • XX-ray
  • YYankee
  • ZZulu

DTP spel je dus als Delta - Tango - Papa.

Bron: ICAO, Annex 10 Volume II (spelalfabet voor radiotelefonie, van kracht sinds 1 maart 1956). Spelling gecontroleerd tegen de officiële NATO-publicatie.