Kennisbank — gratis les
C0–C4 droneklassen: wat ze wel en niet zeggen
Deze les legt de vijf EU-productklassen uit, en waarom dat iets anders is dan de operationele subcategorieën A1, A2 en A3.
De vijf klassen
Dezelfde drone, verschillende situaties
Een klasse C2-toestel kan, afhankelijk van hoe je vliegt, in A2 vallen (dicht bij mensen, met low-speed mode of voldoende afstand) óf onder A3-voorwaarden (150 meter van bebouwing). Hetzelfde fysieke toestel valt dus, afhankelijk van de operationele keuzes die de piloot maakt, onder verschillende regels. Het klasselabel alleen bepaalt dit niet.
Waar je dit zelf controleert
WAT: de exacte klasse-status van jouw eigen toestel.
WAAR: het klasse-identificatielabel op het toestel zelf, en de instructies van de fabrikant.
HOE: controleer het label en de meegeleverde documentatie - geen aanname op basis van gewicht of uiterlijk alleen.
WAAROP LETTEN: een toestel zonder klasse-label valt mogelijk onder een aparte legacy-route (met een eigen datumgrens), niet automatisch onder één van deze vijf klassen.
BESLISSING: controleer vervolgens apart welke operationele subcategorie en welke geografische regels voor je geplande vlucht gelden.
Bron: EASA Easy Access Rules for Unmanned Aircraft Systems, Revision from June 2026, Annex to Delegated Regulation (EU) 2019/945, Parts 1-5. Rechtstreeks geverifieerd 05-09-2026. Volledige data spec: docs/training/knowledge-base/C0-C4-DATA-SPEC.md (intern brondocument).
Dit is DTP-trainingsmateriaal, geen officiële EASA-publicatie en geen vervanging van de bindende regelgeving zelf. Raadpleeg bij twijfel altijd de actuele officiële bron.